Joris van Casteren revisited Voorspoed en geluk zij uw deel in 2010. Ik hoop daarbij dat de gemeenteraadsverkiezingen door de kiezers benut worden maximale duidelijkheid te scheppen. Wat mijn voorkeur heeft, hoeft geen betoog. Belangrijker is dat de waan en de klacht van de dag niet domineren.
Joris van Casteren revisited
Ik voelde me onbegrepen toen ik me kritisch opstelde ten tijde van het verschijnen van Joris van Casteren’s boek over Lelystad. Mijn kritiek gold Jeroen Pauw en Paul Witteman die Joris zo gretig aan hun televisietafel noodden om Lelystad weer eens de grond in te kunnen boren. Dat is al zo’n jaar of dertig een “running gag” in de media, waar we maar niet van afkomen.
Mijn kritiek gold niet het boek zelf, want dat had ik niet gelezen. Ik was ook niet van plan het te lezen, want ik had al een forse leesschuld opgebouwd en vermocht niet in te zien waarom het boek van Joris een voorrangs-, laat staan voorkeursbehandeling zou krijgen.
Het kwam me op een reprimande van Herre Stegenga in de Stentor te staan. Hij vond – vrij vertaald – dat ik met oogkleppen op liep.
“Lelystad”
Zelden heb ik een auteur of diens uitgever zo handig kritiek commercieel zien uitbuiten als bij dit boek gebeurde.
Uit het stadhuis was een leesreactie gekomen die dadelijk werd uitgelegd als agressief/defensief. Joris zou zelfs slechts met beveiliging een signeersessie bij de boekhandel kunnen volbrengen, zo vernam ik. Sensatie verkoopt…
Bij een conferentie van het INTI (International New Towns Institute, een door de provincie gefinancierd onderzoeksinstituut in Almere) waren zowel Joris als ik spreker. Ik was niet op tijd om zijn hele inleiding te volgen, maar vond het deel dat ik beluisterde, doorwrocht en interessant. Toen hij klaar was, kwam hij naast me zitten en ik schudde hem de hand.
Enkele maanden verder las ik dat Joris stadsrondleidingen in Lelystad verzorgt. Dat gaf de doorslag, Ik kocht het boek en las het.
Aanrader
“Lelystad” is geschreven door een vertegenwoordiger van de generatie na de mijne. Toen ik in 1984 in Lelystad kwam wonen was dat het gevolg van mijn benoeming tot directeur van IVIO. Dat staat nu eenmaal in Lelystad. Ik realiseerde me al gauw dat ik moest kiezen: ben ik hier om te vertrekken of om te blijven? Het werd het laatste, volmondig en hartgrondig. Over het waarom kan ik gemakkelijk uitweiden.
Joris kwam hier acht jaar eerder, met zijn ouders. Hem werd geen keuze voorgelegd. Zijn latere boek is dan ook een eerlijke weergave van wat hij waarnam en gadesloeg. Het levert geen beeld van de stad op om vrolijk van te worden. Dat is ook niet Joris’ bedoeling.
Het is door dezelfde bril waarmee Joris in het tweede deel van het boek de stad een aantal jaren later bekijkt. Opnieuw weinig vrolijks te melden en vooral te herinneren.
Ik heb “Lelystad” in een adem gelezen, vond het goed geschreven. De korte zinnen zijn krachtig. Mede daardoor houdt de schrijver afstand. Voor een autobiografisch werk is dat zelfs knap te noemen.
Ik raad je aan “Lelystad” te lezen.
De bieb als metafoor
Het staat buiten kijf dat de wordingsgeschiedenis van Lelystad een langdurig moeilijke fase heeft gekend, In die tijd was ik ondermeer voorzitter van het bibliotheekbestuur. Hoewel ik op alle relevante plekken met verve betoogde dat de bibliotheek de belangrijkste sociaal-culturele voorziening van de stad is, viel aan bezuinigingen niet te ontkomen. Ik richtte toen zelf de “Vrienden van de bieb” op, die al snel ruim honderd leden verwierf en met kleine investeringen toch nog een en ander heeft bereikt. Maar het bleef lange tijd tobben.
Vorige week bezocht ik de nieuwe bibliotheek. Het is een lust in dit leesparadijs te vertoeven. Qua kleurrijke inrichting met lees- en studieplekjes, voorzieningen voor kinderen, qua collectie eigentijds zijn, geweldig! Het viel me op dat er veel allochtone jongeren zaten te lezen of te leren.
Ik dacht aan Joris. Hoe zou hij naar de nieuwe bieb kijken? Hoe ziet de nieuwe bieb er door de bril van Joris uit? Door de bril van mensen die met Joris tijdens de moeilijkste fase van de stad, opgroeiden?
Het volgend weekbericht verschijnt 22 januari a.s.