Over Hans van Mierlo en Piet SteenkampTweemaal in mijn leven verkeerde ik in een politieke euforie. De eerste maal was toen ik nog op de onderwijzersopleiding zat: de oprichting van D’66. Ik bestudeerde het verkiezingsprogramma (bewaar ik nog steeds) en kwam onder de indruk van de serieuze poging van deze jonge partij het politieke bestuur dicht bij de mensen te brengen, zelfs werkelijk onderdeel van het dagelijks leven van een ieder te laten zijn.
Vooral de invoering van het districtenstelsel leek mij een uitgelezen mogelijkheid te bieden de afstand tussen regio en Den Haag te overbruggen. Ik schreef een waanwijze scriptie met de uitdagende titel “De democratie in opspraak”, met als ondertitel een variant op de bekendste Kamervraag: “Is het de kiezer bekend…” Hans van Mierlo had me in zijn ban en ik was ervan overtuigd dat het nu allemaal anders zou worden. Voor de scriptie kreeg ik een acht, maar de grote veranderingen bleven uit.
De tweede euforische periode kwam vijftien jaar later, toen onder leiding van de tinkelend-heldere, verfrissend klare-taal-sprekende Piet Steenkamp de oude partijen KVP, AR (mijn partij) en CHU samen gingen. Ik ervoer een nieuwe, bevrijdende fase, de doorbraak van oude structuren. We vonden elkaar op beginselen en niet langer op kerkelijke gezindte. Zodra dat mogelijk was, meldde ik me als zogenaamd rechtstreeks l id. Dat ben ik op basis van diezelfde beginselen en uit volle overtuiging nog steeds.
Ik houd ervan structuurdoorbrekend bezig te zijn. Dat was ook de maatschappelijke functie van IVIO, het instituut dat ik bijna twintig jaar leidde en dat zich veroorloofde eigen, soms tegendraads onderwijsbeleid te ontwikkelen en succesvol uit te voeren, soms tot genoegen, maar ook wel tot ergernis van de gevestigde orde.
Het overlijden van Hans van Mierlo brengt me op deze ‘memory lane’. Ik had veel waardering voor hem. Hij zag er geen been in om in Tweede Kamerdebatten Shakespeare te citeren.
Kom daar nu eens om.
Het volgend weekbericht verschijnt over drie weken: 9 april a.s.