Lofzang op de Hogeschool Windesheim FLEVOLAND
Als Flevolander ben ik blij met de komst van de Hogeschool. Windesheim Flevoland, zoals ik blij ben met elke stap voorwaarts die onze samenleving zet, en dit is een reuzenstap.
Als oud-onderwijsman ben ik ingenomen (van ‘blij’ word ik wat wee) met de komst van de Hogeschool Windesheim Flevoland, want het betekent dat we onze jongeren nabij perspectief kunnen bieden.
Als oud-ondernemer vind ik het fantastisch dat de Hogeschool Windesheim Flevoland komt, omdat het nu wel reëel mogelijk wordt in directe zin proactief met personeelswerving bezig te zijn.
Als bestuurder beschouw ik de komst van de Hogeschool Windesheim Flevoland als een kroon op mijn werk en dat van mijn collega’s en medewerkers, waarvoor jarenlang zeer intensief is gewerkt. Het is gelukt in een fase waarin vrijwel niets mogelijk is!
Als vader heb ik de afwezigheid van deze hogeschool node gemist: een dochter vertrok uit Flevoland, omdat ze de opleiding van haar keuze hier niet kon volgen, de andere zag om dezelfde reden ervan af (maar ze zijn goed terecht gekomen hoor).
Als grootvader ben ik opgetogen over de komst van Hogeschool Windesheim Flevoland, want mijn kleinkinderen kunnen er – als ze willen – hun opleiding volgen.
Ik ben ervan overtuigd dat de komst van de Hogeschool Windesheim Flevoland de toekomst van Flevoland ingrijpend verandert: het betekent een nieuwe fase in het Nieuwe Land.
Het volgende weekbericht verschijnt 7 mei a.s.

Inspiratie uit RoemenieHet kennisuitwisselingsproject Mini Europe bracht me vorige week in Roemenie. Vertegenwoordigers van regio’s uit Spanje, Griekenland, Italië, Groot-Brittannië, Zweden, Hongarije, Roemenië en Nederland (Flevoland is lead partner) kwamen in Maramures, in het noorden van Roemenië, bijeen om succesvolle projecten uit te wisselen. Beter gezegd: te exporteren en te importeren. Flevoland exporteert bijvoorbeeld het Informal Investors-model en de Technologie- en Milieuinnovatieregeling (TMI) en importeert de Summer Entrepeneur (een eigen bedrijf als vakantiebaan, waarover later meer) en een project voor het opzetten van clusters.
Een bezoek aan dit voormalig Oostblokland relativeert de vaderlandse problemen stevig. De chauffeur die ons naar het vliegveld bracht, verwenste zijn regering met het oog op de vele gaten in de weg, met als terugkerende mantra: Alles kaputt, alles Katastrofe.
Wij hebben enige vorstschade aan onze Nederlandse wegen…
De ambitie het land er bovenop te helpen, leeft krachtig bij de overheid en door een lezing van prof. Lobontiu Mircea over innovatiestrategieën, die we in de Universiteit van Baia Mare voorgeschoteld kregen, kwam ik onder de indruk van de praktische aanpak die men kiest om de kloof tussen wetenschap en bedrijven te dichten. Toen de president van Maramures tegen ons gezelschap zei dat zijn regio van alle Mini Europe-regio’s het meest zou moeten leren, verwees ik naar de lezing en noemde die welgemeend inspirerend.
Foto: Gedeputeerde Andries Greiner bedankt prof. Lobontiu Mirceda voor diens lezing
In het vliegtuig sprak ik met een provinciaal medewerkster over Mini Europe, toen we werden onderbroken door een jonge vrouw die aan de andere kant van het gangpad zat. Ze had wat opgevangen van ons gesprek en was benieuwd naar Mini Europe.
Zij bleek Roemeense te zijn en dit jaar met veel enthousiasme een MBA-studie aan de Erasmus Universiteit te volgen. Ze bood haar diensten als contactpersoon aan.
Het volgend weekbericht verschijnt 23 april a.s.
P.S. Toen ik thuis kwam, zag ik dat de magnolia op het punt staat haar volle pracht voor ons te ontvouwen (ik heb wel eens heimwee naar mijn vroegere, uitgebreide maandberichten, toen ik dit soort berichtjes als “kortje” gemakkelijk kon meenemen).
Over Hans van Mierlo en Piet SteenkampTweemaal in mijn leven verkeerde ik in een politieke euforie. De eerste maal was toen ik nog op de onderwijzersopleiding zat: de oprichting van D’66. Ik bestudeerde het verkiezingsprogramma (bewaar ik nog steeds) en kwam onder de indruk van de serieuze poging van deze jonge partij het politieke bestuur dicht bij de mensen te brengen, zelfs werkelijk onderdeel van het dagelijks leven van een ieder te laten zijn.
Vooral de invoering van het districtenstelsel leek mij een uitgelezen mogelijkheid te bieden de afstand tussen regio en Den Haag te overbruggen. Ik schreef een waanwijze scriptie met de uitdagende titel “De democratie in opspraak”, met als ondertitel een variant op de bekendste Kamervraag: “Is het de kiezer bekend…” Hans van Mierlo had me in zijn ban en ik was ervan overtuigd dat het nu allemaal anders zou worden. Voor de scriptie kreeg ik een acht, maar de grote veranderingen bleven uit.
De tweede euforische periode kwam vijftien jaar later, toen onder leiding van de tinkelend-heldere, verfrissend klare-taal-sprekende Piet Steenkamp de oude partijen KVP, AR (mijn partij) en CHU samen gingen. Ik ervoer een nieuwe, bevrijdende fase, de doorbraak van oude structuren. We vonden elkaar op beginselen en niet langer op kerkelijke gezindte. Zodra dat mogelijk was, meldde ik me als zogenaamd rechtstreeks l id. Dat ben ik op basis van diezelfde beginselen en uit volle overtuiging nog steeds.
Ik houd ervan structuurdoorbrekend bezig te zijn. Dat was ook de maatschappelijke functie van IVIO, het instituut dat ik bijna twintig jaar leidde en dat zich veroorloofde eigen, soms tegendraads onderwijsbeleid te ontwikkelen en succesvol uit te voeren, soms tot genoegen, maar ook wel tot ergernis van de gevestigde orde.
Het overlijden van Hans van Mierlo brengt me op deze ‘memory lane’. Ik had veel waardering voor hem. Hij zag er geen been in om in Tweede Kamerdebatten Shakespeare te citeren.
Kom daar nu eens om.
Het volgend weekbericht verschijnt over drie weken: 9 april a.s.
Oplopende werkloosheidVorige maand werden we opgeschrikt door een plotselinge, scherpe groei van de werkloosheid. In de maand januari kwamen er 544 werkzoekenden in Flevoland bij. In de tweede helft van 2009 lukte het in onze provincie – in tegenstelling tot de meeste andere - de werkloosheid op gelijk niveau te houden.
Bestudering van de cijfers maakt duidelijk dat het afgelopen jaar vooral mensen met middelbare of hogere beroepen werkloos werden.
Het is bekend dat de meesten hun baan niet in Flevoland verliezen en dat we in feite werkloosheid “importeren”. Natuurlijk kun je het ook omdraaien en stellen dat er voor de Flevolandse vacatures meer kandidaten zijn en dat zo de pendel enigermate wordt teruggebracht. Maar dat is een schrale troost.
In Flevoland wordt het arbeidsmarktbeleid besproken in het Provinciaal Platform Arbeidsmarkt. Daarin zitten vertegenwoordigers van de werknemers en werkgevers, van het beroepsonderwijs, van het UWV en van de gemeenten. De provincie voert het secretariaat en ik mag de voorzitter ervan zijn.
Wat we doen is het zorgen voor actuele arbeidsmarktinformatie, het bespreken van de belangrijkste beleidsonderwerpen (afstemming vraag - aanbod, terugdringen pendel, oudere werkzoekenden, aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt, e.a.) en het geven van impulsen aan de werking van de arbeidsmarkt door projecten op te zetten. Zo begeleidt het PPA de uitvoering van de provinciale stagenota en is het tevens de stuurgroep voor het project Flevotalent Leren en Werken, dat ervoor zorgt dat 800 personen een beter arbeidsperspectief krijgen (www.flevoland.lerenenwerken.nl).
De aanpak van de jeugdwerkloosheid is een onderwerp dat door het Rijk aan de gemeenten wordt overgelaten. Ze krijgen daarvoor een budget en er is een omvangrijk programma in uitvoering. Daarnaast is er een brede aanpak voor de bestrijding van voortijdig schooluitval.
Een nieuw, adequaat blijkend instrument is het Mobiliteitscentrum van het UWV, mede gefinancierd door de provincie. Het is gevestigd in Almere, maar werkzaam voor heel Flevoland. Na een aanloopperiode is het thans in staat een stevig aantal met werkloosheid bedreigden van werk naar werk te helpen.
Het Mobiliteitscentrum organiseert binnenkort een aantal voorlichtingsbijeenkomsten voor werkgevers over wat het centrum organisaties te bieden heeft. De eerste is 15 maart a.s. in het Provinciehuis, aanvang 18.00 uur.
We trekken hard aan het terugdringen van de werkloosheid in Flevoland, eensgezind, vastberaden. Maar dat doen we in het besef dat de overheid wel kan helpen, maar niet kan sturen, dat werk vinden echt mensenwerk is, waarbij netwerken, elkaar tips geven, waar mogelijk drempels verlagen essentieel is. Ieders, uw hulp is zeer welkom.
Het volgend weekbericht verschijnt 19 maart.
Mina el Marhfoul en de droom van de faraoWie jong wil blijven, moet jonge mensen begeleiden. Dat is mijn adagium, en om dat inhoud te geven doe ik het zelf. Ik ben mentor van vijf jonge mensen: drie dames en twee heren. Het doel wisselt, bij de één gaat het om ondersteuning bij het startend ondernemerschap, een ander leer ik de Nederlandse taal. Twee anderen help ik bij het zoeken van werk. Maar de vijfde heeft momenteel extra aandacht, want zij, Mina el Marhfoul, wil de politiek in en staat nu op de kandidatenlijst voor een plek in de Lelystadse gemeenteraad.
Mina, getrouwd met Ronald de Rooij, is van Marokkaanse afkomst en moslima. Haar ouders kregen acht kinderen en zij is het derde. Ze heeft zelf haar integratie in de Nederlandse samenleving ter hand genomen, via uitzendbaantjes en avondschool kwam ze bij de politie in Almere, waarvoor ze straatdienst verrichtte. Ze leerde door en werd werkzaam in het team maatschappelijke participatie van Stichting De Schoor in Almere. Nu gaat ze als welzijnsmakelaar pionieren in het nieuwe stadsdeel Almere-Poort.
Ik heb bewondering voor haar wilskracht, maar vooral voor haar verbindend vermogen, juist door haar multiculturele levenservaring. Daarbij geniet ik van haar leergierigheid, honoreer ik die zo veel mogelijk. En uiteraard hoop ik dat ze de gemeenteraad komt versterken. Ik ben ervan overtuigd: versterken.
Foto-onderschrift: Mina el Mahrfoul (eigen foto)
Overigens: Axion zoekt voor ons project U Turn (begeleiding van jongeren bij stages) nog vrijwillige mentoren. Contactpersoon: Sonja Zimmerman (s.zimmerman@axion-flevoland.nl).
De droom
Een bizarre ervaring was vorige week in een Statencommissievergadering mijn deel. Het onderwerp is de Zuyderzeerand, het gebied aan de oostrand van de Noordoostpolder dat die gemeente deelt met Steenwijkerland en Lemsterland. We zoeken samen met die drie gemeenten naar een sociaal-economische impuls. Daarvoor organiseren we inwonersavonden en we spreken vervolgens ten minste de drie gemeenteraden en onze Staten, hopelijk eens gevolgd door die van Overijssel en Friesland.
Na ampele afweging koos ik voor het doen van een procesvoorstel: hoe komen we tot de beste keuzes¬ voor zo’n impuls?
Een Statenlid stelde op hoge toon dat ik dat nu al moest weten. Hij zou dat in een vorige vergadering en eerder al hebben aangereikt. Ik heb hem toen en nu niet begrepen en zei dan ook dat ik geen gedachten kan lezen en evenmin over profetische gaven beschik (dat laatste vond een ander Statenlid, de vertegenwoordiger van de SP, vergeeflijk).
De parallel met Jozef in het Genesisverhaal drong zich aan me op. Jozef kon zijn lot – hij zat onschuldig in de gevangenis - zeer verbeteren als hij een droom van de farao kon uitleggen.
Dat lukte Jozef.
Het volgend weekbericht verschijnt 5 maart a.s.